Eindopdracht basiscursus
Creatief Schrijven
Schrijf een kort verhaal van 500- 750 woorden.
Het mag overal over gaan.
Wat er minimaal in voor moet komen:
- Twee personen.
- Een duidelijke setting: waar vindt het verhaal plaats
- Een conflict/ gebeurtenis
- Een dialoog
- Een ontknoping
Auteur: Bruce Schoelitsz (2025-3)
‘Kerel,’ klonk de klikkende stem door de telefoon. ‘Je bent er.’
Frank stond in de donkere steeg tussen Appartementenblok K en La Cucaracha. Volgens het Whatsapp-bericht van een anonieme verzender kreeg hij hier hét verhaal van zijn leven te horen. Er was echter niemand. ‘Ik ben er, ja. Waar ben jij?’
‘´k Ben hier. Luister. ´k Ga je een verhaal vertellen dat je wereld op zijn kop zal zetten,’ klonk de stem. ‘Het begon allemaal toen ´k uit een eitje kwam…’
‘Wat bedoel je, “Toen ik uit een eitje kwam”?’ vroeg Frank beduusd. ‘Waar heb je het over, man. Ik heb hier geen tijd voor!’ Frank zat op de schopstoel bij de krant en was wanhopig op zoek naar een goede scoop, maar deze onzin ging hem niet helpen.
‘Klunsig! Excuses. ´k Zal me even voorstellen. ´k Ben Karel. ´k Ben een kakkerlak.’
‘Een kakkerlak?! Wel heb je ooit!’ bromde Frank en wilde ophangen.
‘Kerel! ´k Zal het je bewijzen, maar luister eerst.’
‘´k Kwam uit een eitje in een kinderkamer in Appartementenblok K,’ klonk het door de telefoon.
Frank wist niet wat hem overkwam. Was dit serieus? Hij klemde de telefoon wantrouwend tussen oor en schouder, en pakte zijn notitieboekje uit zijn zak.
‘´k Woonde daar samen met een kindermensenmeisje en luisterde elke avond mee vanuit het hoekje van het plafond als ze werd voorgelezen. Zo leerde ‘k jullie taal begrijpen. ´k Hoorde over andere insecten, vanuit “Erik of het kleine insectenboek” en begreep door Zaza de Kakkerlak van “Pluk van de Petteflat” dat we niet sámenwoonden, maar dat jullie ons voorzíen in de 2 V’s: Vocht en Vuil.’
‘Oké,’ antwoorde Frank twijfelachtig, terwijl hij meeschreef.
‘Met elke vervelling leerde ik meer. Kort voordat ‘k vleugels had, sprak ‘k jullie taal en leerde mezelf met behulp van smartphones verstaanbaar maken.’
‘Ah!’ zei Frank. ‘Vandaar dat we zo communiceren.’
‘Klopt kerel! Maar goed, een kinderkamer is te klein voor een intellectuele kakkerlak. ´k Wilde mijn wereld vergroten en besloot te reizen; andere appartementen en insecten te bezoeken.
‘Logisch! Hoe beviel dat?’
‘Krankzinnig was het! ´k Sliep met bedwantsen bij mensen in bed. Met papiervisjes las ‘k jouw krantenartikelen. Keek toe terwijl mensen hun lichaam beschikbaar stelden voor muggen om zich te voeden. Mijn respect voor jullie groeide en groeide.’
Stilte volgde.
‘Dat bleef niet zo, of wel?’ doorbrak Frank de stilte, wetende dat het respect niet wederzijds was.
‘Klopt, Frank. Dat bleef niet zo.’
‘Vertel.’
‘Kruipend betrad ‘k een appartement via een leidingdoorvoer in de keuken. ´k Voelde meteen een vreemde, tintelende sensatie en wist dat het niet goed was. Wat ´k vervolgens zag was weerzinwekkend!’
‘Ik denk dat ik weet waar het naartoe gaat, Karel. En het spij…’
‘Koest Frank! ´k Wil geen medelijden, alleen mijn verhaal doen.’
‘Tuurlijk, tuurlijk, ga verder.’
‘Kakkerlakken, dood op hun rug, zover mijn facetogen konden zien. Het was een slachtpartij. Geschrokken en in paniek rende ‘k onder de voordeur door om te ontsnappen. Hoe was dit in mensennaam mogelijk?’
‘Ik… weet niet wat ik moet zeggen, Karel.’
‘Kalm maar Frank, je hoeft niets te zeggen. Toen ´k op de galerij op adem kwam zag ‘k hem staan. Een mens, in een wit pak met een “Anti-kakkerlak”-logo. Hij belde: “De klus is geklaard, mevrouwtje. Effe met de stofzuiger erover en dan heeft u geen last meer van dat ongedierte”. Ongedierte Frank! Er wordt insecticide gepleegd door dezelfde mensen die ons het leven mogelijk maken! Mijn hele wereld stortte in, dat zul je begrijpen.’ Er klonk een klikkende zucht. ‘´k Weet niet of ‘k zo verder kan.’
‘Jeetje Karel… Heftig. Kan ik iets voor je betekenen?’
‘Kun je, Frank. Vertel mijn verhaal door.’ Even was het stil. ‘Zou je aan het koord naast jou willen trekken?’
Frank keek naar het koord dat via de brandtrap in de duisternis verdween en pakte het vast.
‘Klasse, Frank! Trek er maar aan.’
Frank gaf een ferme ruk aan het touw. Verderop, achter een vuilcontainer, hoorde hij een klap. Geschrokken rende Frank ernaartoe. Er lag een mobiele telefoon. In het schermlicht zag hij een baksteen liggen. Zijn hart bonkte in zijn keel toen hij de steen knielend optilde en omdraaide. Hij herkende de contouren van een platte kakkerlak aan de onderkant van de steen. Frank barstte in tranen uit.
Net voor de deadline stormde Frank zwetend het kantoor van de redactie binnen en smeet zijn laatste hoop op het behoud van zijn baan op het bureau. Het krantenartikel met de titel ‘Interview met een kakkerlak’, werd echter nooit geplaatst.